Van leveringszekerheid tot certificering: bedrijven in de agrarische keten staan voor grote uitdagingen. Klimaatverandering, druk op grondstoffen en veranderende regelgeving maken het moeilijker om opbrengst, kwaliteit en duurzaamheid met elkaar te verbinden. Wie ketenbreed denkt, heeft daarom behoefte aan één ding: inzicht. Velddata is daarin onmisbaar: het toont vroeg aan wat er in het gewas gebeurt en maakt de juiste keuzes mogelijk – ruim voordat de oogst begint. Vanuit precies dat idee is TTW in 1987 ontstaan: door structureel te meten en te analyseren wat er op het perceel gebeurt.
Die benadering kreeg vorm in een gesprek in een schuur in datzelfde jaar. Arie Struik – toen nog Ford-vertegenwoordiger en later oprichter van TTW – sprak daar met een witloftrekker over hardnekkige ziektes in wortels. Zijn vraag: ‘Hoe kunnen we hier grip op krijgen?’ werd het startpunt van een werkwijze die tot op de dag van vandaag uniek is. Wat begon met een notitieblok en nieuwsgierigheid, groeide uit tot een digitaal systeem met bijna 40 jaar aan perceelspecifieke teeltdata over een grote variëteit aan gewassen.
“Ik had geen ervaring met de teelt, maar ik zag telers worstelen met vragen waarop geen duidelijk antwoord kwam,” zegt Struik. “Door te meten, te vergelijken en te kijken wat het beste resultaat opleverde, konden we daar samen een vaste werkwijze voor ontwikkelen.”
TTW koppelt technologie, data en praktijkkennis tot concreet advies. Wekelijks verzamelen specialisten velddata: van bodemgesteldheid en gewasstand tot nutriëntenstatus en groeiverloop. Die gegevens worden gekoppeld aan het eigen TTW-systeem: een unieke database waarin duizenden metingen per ras, perceel en grondsoort zijn opgeslagen. Daardoor ontstaan adviezen die aansluiten op de actuele omstandigheden van ieder perceel.
“Als je weet hoe een gewas zich ontwikkelt, weet je ook eerder wat je kunt verwachten aan sortering, bewaarbaarheid en gebruikswaarde,” vertelt Hans Vroegindeweij, al 38 jaar teeltadviseur bij TTW. “Bijvoorbeeld in de witlof: een trekker die vroeger wortels inkocht wist nooit precies wat hij kreeg. Nu volgen we de groei, en weet je al tijdens het seizoen hoe een partij zich gaat gedragen. Deze aanpak heeft zich doorontwikkeld naar andere gewassen, zoals naar aardappelen, uien, bloembollen en cichorei.”
Dat perceelspecifieke inzicht geeft zowel telers als ketenpartijen rust en duidelijkheid. Het maakt oogstplanning voorspelbaar, helpt middelen alleen in te zetten waar dat echt nodig is en voorkomt verspilling. Zo worden bodem en omgeving ontzien en neemt de weerbaarheid van de teelt toe.
“Een goed geteeld product is vanzelf duurzaam,” aldus Arie Struik. “Omdat het met zorg en kennis is opgebouwd – niet met aannames, maar op basis van wat het gewas daadwerkelijk nodig heeft.” Hans vult aan: “De sector krijgt steeds nauwere grenzen opgelegd, en dat vraagt om preciezer te kunnen sturen. Zo ontstaat grip op processen die steeds bepalender zijn voor opbrengst, afzet én een kwalitatief hoogwaardig product.”
Wat deze werkwijze uniek maakt, is niet één techniek of analyse. Het is de combinatie van veldkennis, meetdata en technologie. In een sector die steeds preciezer moet werken, maakt dit het mogelijk om met minder middelen meer resultaat te behalen – en die prestaties aantoonbaar te maken. Zo kan de sector – van telers tot producenten en verwerkers – samen werken aan een toekomstbestendige landbouw. Niet op basis van aannames, maar op inzicht dat klopt.

Van links naar rechts: Hans Vroegindeweij (teeltadviseur bij TTW), Arie Struik (oprichter TTW) en Jacob Struik (CEO TTW).